INSPIRATIE MAAKT VERSCHIL

Estafette week 46

Week van het Katholiek Onderwijs 2015 – Is de kerk ook voor rijke mensen?

Vicaris-generaal Ron van den Hout van Den Bosch verzorgde in de Week van het katholiek onderwijs vijf gastlessen op het d’Oultremontcollege in Drunen. Hij vertelde, in lijn met het thema ‘Kiezen voor elkaar’ van de Week, over de rijke traditie van de katholieke kerk om zich in te zetten voor zieken, armen, wezen, kortom voor mensen die deze hulp hard nodig hadden. Hij vertelde ook over zichzelf en de keuze om priester te worden èn prikkelde de leerlingen na te denken over wat zij zelf voor een ander zouden kunnen doen.

Zorg en onderwijs

Van den Hout was jarenlang pastoor in Drunen en Elshout. Onder de leerlingen bevinden zich jongeren die hij gedoopt heeft en de Heilige Communie en het Vormsel bij hem hebben gedaan. In de gastlessen spitst hij zijn verhaal toe op wat het katholieke sociale denken in deze Brabantse streek te weeg heeft gebracht. Want dat is indrukwekkend. Daarvoor gaat hij terug naar het midden van de 19e eeuw, toen zieken- en ouderenzorg vooral een zaak waren van familie en buren. Om die zorg te verbeteren namen vaak pastoors het initiatief om een aantal jonge mannen of vrouwen in een ‘congregatie’ te verenigen die deze zorg op zich namen, eerst zonder opleiding, maar wel vanuit een sterke inspiratie en ingebed in een religieus leven, waarin bidden een belangrijk plaats had. Zijn verhaal gaat over de broeders van Drunen die zich vooral toelegden op ouderenzorg en de zusters van Ronse die zorg verleenden aan psychiatrische patiënten, maar ook actief waren in het onderwijs. De leerlingen horen het welwillend aan, kennen in sommige gevallen ook de plekken waar deze broeders en zusters actief waren.

Kerk ook voor rijken?

Van den Hout vertelt vervolgens over enkele figuren uit de katholieke traditie  die voor al deze broeders en zusters grote inspiratoren waren. In de eerste plaats over Sint Martinus, hoe deze Romeinse soldaat geraakt werd door een bedelaar, maar ook Peerke Donders en moeder Theresa, ‘mensen die de problemen opzochten en er niet voor terugdeinsden om met de echte verschoppelingen van deze aarde te werken, Donders met melaatsen en moeder Theresa met kastelozen.’ Van den Hout haalt ook het Bijbelverhaal van de melaatse aan, waarin Jezus, tegen alles in, een melaatse aanraakt. Op dat moment komt er beweging in de eerste les met HAVO-4 leerlingen. De meeste leerlingen weten namelijk niet wat een melaatse is. Van Hout refereert ook aan Franciscus van Assisi, de leerlingen denken dat hij het over de huidige paus heeft. Daarvan kunnen ze zich heel goed voorstellen dat hij ook melaatsen zou aanraken, zoals Jezus of Peerke Donders. Een van de leerlingen vraagt of de katholieke kerk er alleen voor de armen is. Van den Hout benadrukt nogmaals dat de kerk voor de armen opkomt, maar dat dat niet betekent dat rijken niets in de kerk te zoeken hebben. ‘Ja, voor hun materiële welzijn hebben rijken de kerk niet nodig, maar ook rijken hebben allerlei vragen over de zin van het leven waar de kerk antwoorden op heeft en in tijden van dood of lijden kan de kerk voor rijke mensen van waarde zijn’, vertelt Van den Hout en vraagt of de leerlingen het belangrijk vinden dat er voor ouderen en armen gezorgd wordt. ‘Ja’, zegt een leerlinge, ‘zeker in deze tijd waarin veel mensen het goed hebben, worden armen vaak vergeten’. De zorg voor ouderen vinden de leerlingen belangrijk. Wanneer het gesprek op vluchtelingen komt, zijn de verschillende visies te horen. Het is goed dat Nederland vluchtelingen opneemt, maar de leerlingen hebben ook wel vragen of er geen economisch vluchtelingen tussen zitten. Een enkeling denkt dat Nederland voor de lange termijn geen oplossing kan bieden of vraagt zich af of we geen extremisten in huis halen. Sommigen vinden daarom dat het beter is om vluchtelingen in de regio op te vangen. Dat de paus enkele vluchtelingen in het Vaticaan heeft opgenomen en lege kloosters ter beschikking heeft gesteld, weten ze niet. ‘En wat zouden jullie zelf willen bijdragen?’, vraagt Van den Hout. Het is even stil, dan wijst een leerling op het goede doel van de school, een collega-school in Otjiwarongo in Namibië waarvoor ze ieder jaar geld inzamelen. Met een tekst van Van den Hout en een huiswerkopdracht eindigt de les.

Persoonlijk

In de VWO-4 klas verloopt het gesprek heel anders. Wanneer Van den Hout zijn verhaal over de ‘congregaties’ en de inspiratoren doet, horen de leerlingen hem vooral beleefd aan. In deze les weet een leerlinge haarfijn uit te leggen dat melaatsen ook verstoten waren uit de samenleving. Pas na Van den Houts verhaal komen de leerlingen los. Hun vragen hebben vooral betrekking op Van den Hout zelf. Hoe zijn dag eruit ziet? Over zijn rol als vicaris-generaal is hij bescheiden. ‘Zou u ook priester zijn geworden als u niet in een katholiek gezin was opgegroeid?’ Volgens Van den Hout speelt de plek waar je geboren bent een belangrijke rol, maar ook wat je zelf wilt. Zijn broer en zus zijn bijvoorbeeld helemaal niet zo kerkelijk, maar zijn roeping vindt hij moeilijk onder woorden te brengen. ‘Hebt u wel eens getwijfeld toen u theologie studeerde?’ ‘Nee’, zegt Van den Hout, ‘mijn studie was altijd een bevestiging van mijn keuze en sloot aan bij mijn persoonlijke geloof.’ ‘Doet u zelf ook aan ouderen- of gehandicaptenzorg?’, vraagt een leerlinge. Van den Hout antwoordt dat hij als pastoor wel zieken en ouderen bezocht, maar nu een functie heeft waarin vooral organiseren van belang is. Een leerlinge vraagt of hij geen bisschop wil worden. Blijkbaar weet ze dat de positie in Den Bosch vacant is. Van den Hout geeft aan dat hij die functie niet zoekt, hij staat niet graag in de schijnwerpers. Hij voldoet wel aan de criteria, constateert docent godsdienst/levensbeschouwing Bill Banning.

Estafette week 46: voor het vormsel kies je zelf

 

Basisschool De Zeester in Monster is een van de weinige basisscholen waar het vormsel in samenwerking met de parochie op het programma van groep acht staat. Iedereen doet mee, ongeacht of je als kind het vormsel doet of niet. ‘Voor ons is  de voorbereiding op het vormsel onderdeel van de levensbeschouwelijke vorming op school, daarin hebben we een taak, en is uitdrukking van onze katholieke identiteit’, vertelt directeur Peter Zuidgeest. School, parochie en enkele ouders vormen samen de vormselwerkgroep. De samenwerking maakt het vormsel tot een succes, vinden de drie partijen, maar is ook essentieel.

 

Zorgen voor de ander

 

Het vormselprogramma loopt bijna driekwart jaar en begint met een ‘meet en greet’ vlak voor de zomervakantie van de laatste vormelingen met de aanstaande vormelingen. Dit onderdeel hebben ouders die meedraaien in de werkgroep bedacht. Na de zomervakantie zijn er acht lessen tot aan de kerstvakantie door leerkrachten van De Zeester, maar ook vieringen en solidariteitsacties, onder andere met Sint Maarten, en een excursie naar de Sisters of Charity in Rotterdam. Ook de gezamenlijke kerstviering is onderdeel van de voorbereiding. De tijd rond Pasen vormt het hoogtepunt in de reeks. Met Palmpasen helpen de vormelingen leerlingen van De Zeester met het maken van een Palmpasenstok en op Witte Donderdag bezoeken alle kinderen de kerk en begeleiden de groepen zeven en acht de andere groepen. Tegelijk neemt iedereen iets mee voor de voedselbank.

 

‘Centraal staat dat je leert zorg te hebben voor een ander. Daar heeft iedereen wat aan. De overheid wil dat we daarvoor pestprotocollen hanteren. Wij vinden dat te weinig en geven onze eigen, brede, invulling aan ‘zorgen voor elkaar’. Een verhaal als de barmhartige Samaritaan is voor kinderen heel beeldend. Ze begrijpen meteen waar het over gaat. Omdat er in het vormselproject bovendien de link met de parochie is, maak je duidelijk dat die waarde van solidariteit gedragen wordt door een veel groter verband’, aldus Zuidgeest, ‘en maken kinderen kennis met de rituelen van de katholieke kerk.’

 

Zelf kiezen

 

Dit jaar nemen 22 kinderen deel aan het vormselproject in de parochie van de H. Machutus waarvan 13 van De Zeester. Pastoraal werkster Els Geelen vindt het belangrijkste van het vormsel dat kinderen er zelf voor kiezen. Nadat hun ouders met de doop en eerste communie hebben aangegeven dat hun kind tot de gemeenschap van de katholieke kerk behoort, ligt de vraag nu bij hen of ze dat willen. ‘Je ziet ook een enkele keer gebeuren dat een kind zich gedurende het jaar terugtrekt, maar ook dat een ander kind, dat niet z’n vormsel zou doen, alsnog wil. Dat kan alleen omdat we het vormsel op deze school in breed verband voorbereiden. Een ander voordeel daarvan is dat de kinderen die het vormsel gaan doen elkaar al kennen. In vormselgroepen waar de school niet betrokken is, kennen de kinderen elkaar vaak niet.’ Leerkrachten Annemieke van Lier en Wietske Claassen bevestigen dat de drempel om het vormsel te doen een stuk lager is omdat de kinderen elkaar al kennen.  ‘Omdat het zo’n leuk project is met doe-opdrachten en dramaspelletjes, is het ook voor de andere kinderen gewoon leuk en waardevol om mee te doen’, zegt Annemieke. ‘We zijn een katholieke school, daarom vinden we het belangrijk dat alle kinderen deze inhoud meekrijgen. Bij een onderwerp als bidden, merk je dat ieder kind, ongeacht zijn geloof er wel iets mee heeft’, vult Wietske aan. De samenwerking met de parochie zorgt ervoor dat zij als leerkracht in de waardenoverdracht geïnspireerd worden.

 

Ridders van het geloof

 

Ook de ouders zijn intensief betrokken bij de voorbereiding, in bijeenkomsten met de vormelingen, maar ook zonder hen. Gisela Zuyderwijk, Debora van Zijl en Amanda Storm vormen de contactpersonen met school en de parochie en begeleiden het hele traject vanuit de ouders. Ze hebben ook het contact gelegd met de groep die verantwoordelijk is voor de eerste communie. ‘Veel ouders lijken het vormsel minder belangrijk te vinden, wat we jammer vinden. Door te vertellen wat we doen, proberen we duidelijk te maken dat het vormsel een logisch vervolg is op de eerste communie’, zegt Gisela. ‘Op 15 november hebben we een gezamenlijke viering rond de patroonheilige van onze parochiekerk Machutus, waar alle communicanten en vormelingen de kerkbezoekers een hand schudden en zich voorstellen als ‘de ridders van het geloof’. Ze geven alle bezoekers een waxinelichtje mee. In de ochtend mogen ze de kerkklok luiden.’

 

Zien wat geloof betekent

 

De drie betrokken ouders vinden de samenwerking tussen school en parochie een goede zaak. ‘Het is een uitdrukking van de katholieke identiteit van de school en de kinderen die geen vormsel doen, krijgen ook waardevolle lessen mee,’ meent Gisela. De dames denken ook dat het aantal vormelingen lager zou liggen als de school niet mee zou doen, omdat de kinderen elkaar kennen en vertrouwd met elkaar zijn. ‘Het is het goede moment. Groep acht is het jaar van keuzes maken, daar past het vormsel ook in. Je kiest voor het geloof,’ zegt Debora.

 

De vele activiteiten rond de voorbereiding worden het meest gewaardeerd door de vormelingen, menen de ouders. ‘Het bezoek aan de Sisters of Charity in Rotterdam maakt grote indruk. De kinderen zien hoe de zusters daklozen helpen’, vertelt Gisela. ‘Op die manier zien ze wat het geloof betekent, zoals het hebben van zorg voor anderen. Dit soort activiteiten stimuleert de kinderen enorm om mee te doen.’ Maar het brengt ook de discussie bij ouders zelf op gang, meent Amanda. ‘Ouders zijn bezig met geloof, maar twijfelen erover hoe ze daar invulling aan willen geven. De drie ouderavonden zijn een goed podium om hierover met elkaar te praten. De avond begint met een gebed en een kaarsje branden. Dat schept altijd een bijzonder band.’

 

De vormselwerkgroep zorgt voor regelmatige communicatie over wat ze doen, niet alleen naar de ouders van de vormelingen, maar ook naar andere ouders en de parochianen.

 

 

Estafette week 46: Actualiseren van de katholieke identiteit

De verwoording van de katholieke identiteit van de Stichting Xpect Primair (tot 2009 Stichting Katholiek Onderwijs Tilburg) dateerde van jaren her. Hoog tijd om deze eens tegen het licht te houden, zo vond het College van Bestuur. Het werd een interessante zoektocht waarin de kernwaarden werden herijkt en praktische invulling kregen. Het heeft de organisatie goed gedaan. ‘De waarden worden nu gedragen,’ vertelt beleidsmedewerker kwaliteit Ad de Jong.

Waarden in de praktijk

De Jong was kartrekker van het herijkingsproces. Hij beklemtoont dat goed onderwijs het belangrijkste doel is van de stichting, maar dat goed onderwijs alles te maken heeft met het handelen van alle betrokkenen. De Jong:  ‘en daar krijgen onze katholieke waarden betekenis. Daarmee is identiteit een kwaliteitsaspect van ons onderwijs. In het verleden hebben we gekozen voor het profiel van de kritische dialoog, dat wil zeggen dat we uitgaan van de christelijke traditie, maar ook respectvol zijn naar andere levensovertuigingen. Dat hebben we niet veranderd, maar met een nieuw strategisch beleidsplan in het vooruitzicht en de vraag hoe identiteit daarin een rol zou moeten hebben, wilden we heel graag  onderzoeken hoe onze katholieke identiteit doorwerkt in de dagelijkse praktijk. De start was een gesprek binnen het College van Bestuur over ‘wat vinden wij van waarde binnen onze stichting?’ Vervolgens zijn we aan de hand van ons motto ‘de kracht van verbinding’ en de kernwaarden ‘verwondering, vertrouwen en respect’ in gesprek gegaan met een aantal directeuren, leerkrachten en ouders met de vraag wat deze waarden voor hen betekenen, in het leven, maar ook in het werk. Spreek je met elkaar over dit soort kernwaarden? En wat verwacht je van elkaar in het licht van deze waarden?’

Gesprekken

Het leverde interessante, soms zelfs emotionele gesprekken op, zo vertelt De Jong. ‘De gesprekken gaven een gevoel van dankbaarheid. We hebben elkaar positief geraakt. Er was een enorme behoefte om gedachten en gevoelens te delen, we zijn soms diep gegaan. Dat was vooral zo bij bespreking van de waarde vertrouwen. Die waarde blijkt essentieel. Op een school gaven ouders aan dat ze heel veel vertrouwen in de school hebben, dat de waarde voor hen daarom echt betekenis heeft. Daarnaast hebben we ook zakelijke gesprekken gevoerd over de verwachtingen naar elkaar. De drie waarden waren het uitgangspunt, maar lagen niet vast. Zo hebben we er een waarde aan toegevoegd, vergevingsgezindheid, ook een heel katholieke waarde. Die blijkt vooral bij leerkrachten te leven. Dat moet in je basishouding zitten, vinden leerkrachten. Maar ook: wat betekent het om kinderen een tweede kans te geven? Hoe ver ga je daarin? Op een gegeven moment viel de term onvoorwaardelijk. Dat waren spannende gesprekken. Omdat we niet in zijn algemeenheid willen benoemen hoeveel kansen een kind krijgt, zijn we uitgekomen op de waarde vergevingsgezindheid.’

Draagvlak

De vier waarden zijn aan de hand van deze gesprekken in het nieuwe strategisch beleidsplan benoemd, ingevuld en uitgelegd en verweven met de visie op onderwijs. ‘Nieuwsgierige leeromgeving en onderzoekende houding passen bijvoorbeeld bij verwondering. Voor leerkrachten (Met jou in de hoofdrol) en ouders (Onze katholieke identiteit, de moeite waard) hebben we aparte flyers gemaakt. We hebben van dit traject geleerd dat onze aanpak, in dialoog met alle betrokkenen over wat vanuit onze inspiratie betekenis heeft voor goed onderwijs, voor het uiteindelijke draagvlak van onze identiteit essentieel is. Wat nu op papier staat is daardoor herkenbaar geworden. Dat is een mooie uitkomst. We zijn nu anderhalf jaar verder en gaan binnenkort met directeuren in gesprek over de resultaten op hun scholen, dat wil zeggen hoe krijgt wat we in het strategisch beleidsplan hebben afgesproken verder vorm.’

Stichting Xpect Primair is een bestuur met 20 scholen, 500 medewerkers en 6500 leerlingen in Tilburg.

Estafette week 45: waarden gaan vooraf aan prestaties

De katholieke Willibrordschool in Bodegraven geeft niet alleen concreet invulling aan de kernwaarden zorgzaamheid, verbondenheid en respect, maar vindt ook dat die waarden, samen met de basisvaardigheden, het fundament zijn om te komen tot leerresultaten. Zonder relatie geen prestatie. ‘Ieder kind telt en mag bij ons zijn wie hij of zij is,’ vertelt bovenbouwcoördinator Margareth Laan.

Leren van elkaar

De Willibrordschool bestaat meer dan honderd jaar, telt 300 leerlingen en 30 leerkrachten, en is gevestigd in een modern, transparant gebouw met veel kunst binnen en buiten. In het nabijgelegen Zegveld heeft de school een tweede locatie, De Millandschool. De drie kernwaarden zijn de rode draad in het hele onderwijsprogramma. Zorgzaamheid betekent bijvoorbeeld dat kinderen uit de bovenbouw vaker de kinderen uit de onderbouw aan de hand nemen, letterlijk als ze bijvoorbeeld ergens naar toe gaan, figuurlijk door samen met ze te lezen, maar ook door ze te helpen tijdens een sportdag. ‘Dit draagt enorm bij aan de sociale vorming van de leerlingen en ze leren van elkaar,’ zegt Laan. ‘Zo ontstaat er ook verbondenheid. Heel sterk voel ik dat als we met z’n allen een keer per jaar naar de kerk gaan voor de Paasviering.’

Kapstokregels

Verbondenheid krijgt op de Willibrordschool ook vorm door de samenwerking met allerlei partijen buiten de school, het verzorgingshuis, een koor, de jongerenvereniging, maar ook met bedrijven die de goede doelen van de school steunen. De waarde respect komt vooral naar voren in de omgang met elkaar. Daarvoor zijn in gezamenlijkheid de kapstokregels opgesteld. ‘Ons onderwijs is erop gericht dat de kinderen leren verder te kijken dan hun eigen wereld, open te staan voor anderen en andere situaties. Alleen zo kunnen ze een wereldburger worden,’ aldus Laan.

 YouTube-social-icon red 48px Willibrordschool
Estafette week 44: Herbronnen vanwege de krimp

De katholieke Antoniusschool in Axel (Zeeuws-Vlaanderen) zit weer in de lift. Vier jaar geleden was het aantal leerlingen teruggelopen van 260 naar 150. Dat lag aan de aan de krimp, maar niet alleen, constateerde directeur Jos Oude Kempers. Met hulp van buiten en een bestuur (Perspecto) dat wilde investeren, vond de school de weg terug. Wat de school wil zijn en uitstralen past nu beter bij het uiterlijk van de school.

Visie onzichtbaar
De visie van de school en het aanzien van de school strookten niet met elkaar. 'We zien onze school als een school die er voor alle mensen en alle geledingen in de Axelse gemeenschap is. Naast onze blik op prestaties hebben we oog voor het gehele kind in zijn tocht naar volwassenheid. Hier komt ons motto vandaan: weten wat je kan, begint met weten waar je naar toe wilt', vertelt Oude Kempers. 'Dat was alleen onvoldoende zichtbaar en dus zijn we, met professionele hulp, begonnen aan een herbronning.

Profilering identiteit
De school heeft zijn waarden opnieuw geformuleerd: kindgericht, waarde(n)vol en eerlijk. En omdat de school de enige katholieke school in het stadje is, heeft de katholieke identiteit ook meer profiel gekregen. De naam Sint Antonius is gehandhaafd en het beeld van naamgever Sint Antonius heeft een centrale plaats in de school gekregen die als een soort bezinningsplek functioneert. Het godsdienstonderwijs en de vieringen zijn gebleven.
'We hebben daarnaast ons onderwijs tegen het licht gehouden en hebben samen met het bestuur van Perspecto ervoor gezorgd dat de uitstraling van het gebouw en de sfeer in de school meer in overeenstemming zijn gekomen met onze visie. We hebben een binnenhuisarchitect in de arm genomen en behoorlijk geïnvesteerd. Het gebouw is gerestyled, met name de gemeenschappelijke ruimten zijn stevig onder handen genomen', aldus Oude Kempers.

Mix van traditie en modern
Het resultaat is veelzeggend. Het aantal leerlingen zit weer in de lift. Ouders kiezen vooral op sfeer, maar ook de katholieke identiteit scoort hoog. De samenstelling van de schoolpopulatie is divers. Uniek is de school ook omdat ze als enige school in Axel earlybird aanbiedt, Engels, voor kinderen van groep 1 t/m 8. Ook het computeronderwijs staat op een hoog niveau.
'We vormen nu samen met leerlingen en leerkrachten een gemeenschap met een duidelijke structuur die zowel in onze schoolorganisatie als in ons onderwijs en het gebouw zichtbaar is. Naast een heldere structuur is er veel aandacht voor lezen, creativiteit. Ook dat komt terug in de inrichting,' vertelt Oude Kempers.

 YouTube-social-icon red 48px Antoniusschool Axel

Estafette week 43: christen zijn is een keuze (Cambreurcollege)

Het is een soort mini College Tour op de vroege vrijdagochtend van 9 oktober. Bisschop Jan Liesen van Breda beantwoordt de vragen van 5 VWO-leerlingen van het Cambreur College in Dongen onder leiding van hun docent levensbeschouwing Peter Kuipers. De twee ontmoetingen vinden plaats als onderdeel van een lessenreeks over het thema ‘Secularisatie en Geloof’ en in het kader van de Week van het katholiek onderwijs.

Klassieke talen of theologie

De meeste leerlingen kennen Liesen niet, dus hij stelt zich eerst voor. Daarin zoekt hij de verbinding met de leefwereld van de leerlingen. Dat probeert hij steeds gedurende deze ontmoeting. Hij ervaart zijn komst naar het Cambreur als een thuiswedstrijd. Hij is geboren in Oosterhout (1960), maar kwam en komt veelvuldig bij familie in Dongen, vlak om de hoek bij deze school. Liesen vertelt dat hij ook VWO heeft gedaan, maar dan in Oosterhout. Hij was geïnteresseerd om wis- en natuurkunde of klassieke talen te gaan studeren. Al ingeschreven voor klassieke talen koos hij ervoor om theologie aan het seminarie Rolduc te gaan studeren. ‘Ik was sterk geïnspireerd door de religieuzen van de drie kloosters in Oosterhout die in onze parochie meehielpen: hoe ze spraken, maar ook handelden naar wat ze zeiden.’ Na zijn studie theologie in Nederland en bijbel in Rome promoveert hij en gaat hij lesgeven. Liesen vertelt dat hij de functie van bisschop nooit zelf gekozen zou hebben, ‘ik was tevreden met het leven dat ik leidde, maar de keuze voor het priesterschap betekent dat je doet wat er van je gevraagd wordt. Het is een totale keuze. Je groeit en wil trouw zijn aan die keuze.’

Inhoud van het werk

Kuipers geeft een leerling het woord om zijn vraag te stellen. Deze is benieuwd wat een bisschop eigenlijk doet. Liesen vertelt over hoe zijn week er ongeveer uitziet, dat hij veel post krijgt, maar ook dat veel tijd gaat zitten in het bezoeken van de veertig parochies van het bisdom dat in een reorganisatie zit. Daardoor zijn er veel vragen. Hij heeft landelijk ook zijn eigen beleidsterreinen: liturgie en bijbel. ‘Krijgt u een salaris? En van wie?’, vraagt een leerling. De bisschop antwoordt dat iedereen in het bisdom hetzelfde verdient en wijst erop dat je dit werk niet voor het geld moet doen.

All in

Wanneer Liesen de vraag krijgt wat hij vindt van de toenemende secularisatie, van een wereld waarin geloof niet meer vanzelfsprekend is, antwoordt hij dat hij dat enerzijds jammer vindt, ‘maar tegelijk is er een kans. Vroeger deed iedereen mee, het hoorde erbij, maar de vraag is in hoeverre christen zijn een bewuste keuze was. Dat is nu veel vaker het geval. Het is mooi als je belijdt dat je christen bent, maar het is niets waard als je er niets mee doet in je dagelijkse leven.’ Hij vraagt wie de term ‘all-in’ kent. Ja, die kennen de leerlingen uit het pokerspel. En weer spreekt Liesen over een totale keuze, ‘je moet er helemaal voor gaan. Dat deed Jezus en dat is waar paus Franciscus ook op wijst. Dat je zelf een verantwoordelijkheid hebt.’ Liesen vraagt in dat verband of de leerlingen zich realiseren, wanneer ze bijvoorbeeld een mobieltje kopen, dat wij in het Westen 80% van de beschikbare grondstoffen in de wereld gebruiken terwijl we maar 20% van de wereldbevolking uitmaken. ‘Willen we dat? Denk na bij hoe je leeft en wat je doet.’

Buitenland

Liesen, die zelf lang in verschillende buitenlanden heeft gewoond, spoort de leerlingen, waarvan een deel tweetalig onderwijs volgt, aan om ook een periode in het buitenand te gaan studeren of werken. ‘Het verruimt je blik op de wereld enorm’. Op zijn vraag of leerlingen ook zouden kiezen voor een leven buiten het Westen, zeggen ze te kiezen voor het Westen.

Op de vraag van een leerling of kerk en persoonlijke geloofsbeleving bij elkaar horen omdat mensen steeds vaker wel in iets geloven, maar niet binnen de kerk antwoordt Liesen dat beiden niet los van elkaar verkrijgbaar zijn. ‘Ze horen bij elkaar zeg ik, omdat kerk en bijbel richting geven, een kader, anders kom je nergens. Persoonlijk geloof alleen verplicht je tot niets.’

Klassiekers

De twee lessen vliegen om. Een discussie over onder andere de stellingen ‘Als God bestaat zou er niet zoveel ellende in het leven en de wereld zijn’ en ‘zonder godsdienst zou er veel minder oorlog en geweld zijn’ blijft liggen. De stellingen zijn klassiekers, maar houden de leerlingen blijkbaar bezig. Na afloop laten de leerlingen blijken dat ze het persoonlijke verhaal van bisschop Jan Liesen en zijn openhartigheid kunnen waarderen. Zelf had Liesen op meer interactie gehoopt, maar de leerlingen bleven wat terughoudend. Toch heeft hij de smaak te pakken gekregen. Als blijk van waardering schenkt hij de leerlingen het boek ‘Katholicisme voor dummies’. ‘Niet omdat ik jullie dummies vind, maar omdat in het boek precies de vragen die jullie hadden, terugkomen,’ zegt Liesen.

   

Estafette week 42: elkaar inspireren (RVKO)

Woensdag 16 september stroomden vanuit Rotterdam en omstreken bijna 2000 leerkrachten en medewerkers van peuterspeelzalen 's middags naar Ahoy voor de bijeenkomst 'Kleurrijk' van de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs (RVKO). Centraal stonden de zeven waarden van de RKVO: hoop, verwondering, zorg, respect, gerechtigheid, vertrouwen en verbondenheid en de missie 'vanuit onze evangelische inspiratie bieden we elke leerling de kans om uit te groeien tot 'levenskunstenaar'.

Zeven waarden, zeven dieren
In Ahoy troffen de medewerkers dertig dorpen aan waar ze verwelkomd werden door de burgemeester, veelal een directeur van een van de 66 schoollocaties. Na een korte introductie vertelden de dertig burgemeesters de fabel van de oude eik, een verhaal over samenwerking tussen zeven verschillende dieren die ieder symbool staan voor een waarde en de eigenschappen die bij deze waarde hoort. Iedereen had van tevoren een boekje gekregen met het verhaal, afbeeldingen van de dieren en de bijbehorende waarden (de waarden van de RVKO) en eigenschappen. De opdracht was om in kleinere groepen uit te wisselen met welk dier ieder zich het meest identificeerde. Het leverde evenzovele verhalen op over hoe mensen zichzelf zien en andersom. Opvallend was dat velen zich identificeerden met hert dat staat voor 'verwondering' en de eigenschappen spontaan, innovatief, oplettend, ergens voor gaan, nederig.

Levenskunst
In het tweede deel van de middag gaf iedereen in dezelfde groep een presentatie (die van tevoren was voorbereid) over hoe de door zijn of haar uitgekozen kernwaarde een rol speelt in zijn/haar dagelijkse omgaan met leerlingen en elkaar. Wat is de toegevoegde waarde die je geeft? En: wat geef jij mee aan levenskunst? Dat is de missie van de RVKO: 'vanuit onze evangelische inspiratie bieden we elke leerling de kans om uit te groeien tot 'levenskunstenaar': een mens die in staat is ten volle te leven, met en voor anderen en die om kan gaan met voorspoed en tegenslag.'

In de avonduren was er een cultureel programma met zang, dans, muziek en gedichten waarin de zeven waarden nogmaals terugkeerden. En een toespraak van de echte burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb.

Een impressie van de middag en interviews met deelnemers en bestuursvoorzitter Ton Groot Zwaaftink ziet u hier.

 YouTube-social-icon red 48px

 Kleurrijk: inspiratiedag RVKO

 

Estafette week 41: solidariteitsestafette op naamdag Sint Maarten

Vier katholieke basisscholen (onderdeel van Sophia Scholenstichting) en de Savioschool voor speciaal onderwijs (Aloysiusstichting) in Hillegom gaan de komende weken bruikbare spullen inzamelen voor de plaatselijke Voedselbank. Op de naamdag van Sint Maarten, 11 november, worden deze in de Jozef-Martinuskerk overhandigd aan de voorzitter van de Voedselbank.

Voorafgaand aan de overhandiging komt een deel van de verzamelde spullen in een estafette bij elkaar. De estafette begint op basisschool De Giraf, waar kinderen van groep 6 met elkaar in gesprek gaan over 'Kiezen voor elkaar'. Daarna worden de spullen in de aula verzameld en gaan twee kinderen van groep 5 en 6 met een klein gedeelte van wat verzameld is naar basisschool De Leerwinkel. Daar sluiten ook leerlingen van groep 5 en 6 aan met wat zij bij elkaar hebben verzameld. Vandaar trekt de groep naar de Savioschool waar weer enkele leerlingen met spullen aanhaken en gaat de tocht verder naar de Jozefschool. Daar voegen kinderen uit groep 3 en 4 zich bij de estafette. Ook zij hebben spullen voor De Voedselbank bij zich. De groep loopt en fietst vervolgens naar de Johannesschool om kinderen uit groep 1 en 2 op te halen met de door hen verzamelde spullen. Vandaar maken ze de oversteek naar de kerk. In de kerk hangt een groot schilderij van Sint Maarten waar iemand van de kerk kort iets vertelt over Sint Martinus en de voorzitter van de Voedselbank de spullen in ontvangst neemt. Medewerkers van de Voedselbank halen ondertussen de rest van de spullen op bij de scholen.

Vluchtelingen

De leerlingen hebben aangegeven dat ze ook graag iets willen doen voor de zestig vluchtelingen die inmiddels in Hillegom worden opgevangen. De Voedselbank heeft laten weten dat zij altijd al spullen beschikbaar stelt voor deze groep.

 

Estafette week 40: 'Ruimte waar kinderen hun gevoel kwijt kunnen'

Katholieke basisschool De Zeester in Monster (Westlandse Stichting Katholiek Onderwijs) krijgt komend jaar een nieuwe behuizing waarin een stilteruimte komt met glas-in-lood-ramen. 'Of beter een ruimte waar kinderen hun gevoel kwijt kunnen,' zegt directeur Peter Zuidgeeest.

'De glas-in-lood-ramen maken de gevoelens die bij onze identiteit horen zichtbaar. We praten veel over gevoel, over de hogere waardes die er zijn, maar je kunt kinderen in taal niet alles duidelijk maken. Volwassenen overigens ook niet altijd. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden! Kinderen kunnen er met de klas naar toe in bijvoorbeeld de Adventstijd. Of incidenteel als bij een van de kinderen in de familie of kennissenkring sprake is van een overlijden. Dat kan ook het overlijden van een dier zijn. En kinderen kunnen de stilteruimte bezoeken om er, om wat voor reden ook, een tekening neer te leggen of een kaarsje aan te steken.'

'De ramen symboliseren dus waar onze school voor staat, zoals twee gevouwen handen die wijzen op de veilige omgeving die we kinderen willen bieden,' vertelt Zuidgeest. 'Boven de handen zijn de contouren van een hart zichtbaar dat symbool staat voor de liefde waarmee de kinderen worden opgevangen,' vult beeldend kunstenaar Nelleke Vollebregt aan. 

 YouTube-social-icon red 48px

Basisschool De Zeester in Monster

 

Estafette week 39: Zorgen voor elkaar

De scholen Sint Theresia en De Hoeksteen in Barger-Compascuum en Emmer-Compascuum (Stichting Katholiek Onderwijs Drenthe) gaven afgelopen maandag het startschot voor het project ‘Zorgen voor elkaar: ziek zijn’. Aanleiding voor het project is de ziekte van twee leerlingen en De Week van het katholiek onderwijs.

Beide scholen organiseerden vorig jaar naar de Week van het katholiek onderwijs toe een solidariteitsactie voor twee goede doelen en gebruikten in dat kader het lesmateriaal ‘Franciscus kiest voor de armen’. Omdat twee kinderen van Sint Theresia ernstig ziek zijn, hebben ze dit jaar een eigen thema gekozen: ‘Zorgen voor elkaar: ziek zijn’ en zelf, met de pastor en identiteitsbegeleider, lesmateriaal gemaakt.

Het startschot voor het project werd gegeven in twee vieringen in de nabij gelegen kerken. Niet de twee zieke kinderen staan centraal in het project, maar vooral de vraag ‘hoe kan ik er zijn voor een zieke leerling?’, vertelt directeur Anja van Manen. ‘Een bezoekje brengen aan je medeleerling of een tekening maken kan heel veel betekenen voor een zieke. Het thema komt iedere dag even aan de orde in de lessen, in alle groepen.’ De vieringen, waarin verhalen werden verteld en liedjes gezongen over hoe je er voor elkaar kunt zijn, waren ook het startschot voor een solidariteitsactie. Leerlingen van de scholen en parochianen zamelen plastic statiegeld flessen in voor de stichting KIKA (kinderen kankervrij). Nu al zijn er ook verenigingen in de twee dorpen die mee inzamelen. Op school hebben de kinderen een wens voor een zieke opgeschreven en deze in een wensboom gehangen. 1 oktober is er nog een sponsorloop en op 3 oktober wordt het project afgesloten met twee gezinsvieringen in de kerk.

 

 

 

 
   
   
   
   
   
   
   

 

 

 

estafette